Waarom de Broken Sword-serie zo vermakelijk blijft
In dit artikel:
Point-and-click-avonturen roepen bij de schrijver sterke nostalgie op: rustige, verhalende games waarin onderzoeken, dialogen en puzzels centraal staan. Broken Sword geldt voor hem als het schoolvoorbeeld van dat genre: intellectueel uitdagend, sfeervol en doorspekt met humor. Wie van retro-adventure houdt, krijgt ook Monkey Island, Myst en Syberia als aanraders.
De hoofdrolspeler van de reeks is George Stobbart, een ietwat onverschrokken speurneus die in het eerste deel (The Shadow of the Templars, 1996) verwikkeld raakt in een mysterie dat begint met een bomaanslag in een Parijse bistro. Nicole Collard fungeert als zijn voornaamste tegenspeelster. Het tweede deel (The Smoking Mirror, 1997) liet de auteur in 1998 voor het eerst echt kennismaken met de serie — aanvankelijk op PlayStation, wat even wennen was omdat point-and-click oorspronkelijk pc-georiënteerd is. Een memorabel eerste stuk uit dat tweede deel — gebonden op een stoel, met een giftige spin en brand — vormt volgens hem het punt waarop spelers óf verslingerd raken aan het genre óf afhaken. Een vriend van hem stopte meteen; anderen zoeken meer directe actie. Voor liefhebbers daarentegen biedt de rust en het speurwerk ontspanning.
De eerste twee Broken Sword-titels werden onverwacht succesvol op consoles en gelden voor de auteur als hoogtepunten van het genre. Na die vroege successen kwam er een langere pauze, maar in 2003 bracht Revolution Software deel drie uit: The Sleeping Dragon. Dat deel schakelde over op driedimensionale omgevingen en legde de nadruk minder op traditioneel point-and-clickspel, vermoedelijk om beter aan te sluiten bij consolepubliek (PS2). De verhaallijnen voeren George en Nicole over continenten, van jungle naar Parijs, Praag en Glastonbury. In 2006 volgde The Angel of Death, waarin de ontwikkelaar deels terugkeerde naar klassieke gameplay; dat deel bleef echter consoleloos en de auteur heeft het zelf nog niet gespeeld, maar sluit niet uit het ooit te ontdekken.
Tussen de officiële titels door speelde de fandom een rol: een fan ontwikkelde Broken Sword 2.5: The Return of the Templars (2008), een niet-officiële episode die zich tussen deel 1 en 2 afspeelt en met toestemming elementen uit de originele games gebruikte. Die fanactie wekte bij Revolution Software mogelijk de interesse om de reeks nieuw leven in te blazen. In 2013 keerde de serie nadrukkelijk terug naar zijn wortels met Broken Sword 5: The Serpent’s Curse, dat weer het klassieke 2D-achtige tekenstijlgevoel en de nadruk op speurwerk en puzzels terugbracht — een welkome nostalgische stap volgens de schrijver.
Er circuleren al geruime tijd geruchten over een zesde deel, met de werktitel Parzival’s Stone, en de auteur hoopt dat George Stobbart nog veel avonturen krijgt. Conclusie: Broken Sword blijft voor hem synoniem met wat point-and-click zo aantrekkelijk maakt — sterke verhaallijnen, slimme dialogen, onderzoeken en puzzelen — en is een aanrader voor liefhebbers van rustige, verhaalgedreven avonturengames.